De week van Marianne

Van de week sprak ik Max, nee niet de Max van het energiedrankje, die zal waarschijnlijk niet meer komen voor een fooitje van €70.000, maar een gepensioneerde medeburger.

Max is boos, boos op de regering, boos op zijn partij. Welke partij wilde hij niet zeggen, maar wel dat hij héél boos is.

 

Veel beloven, weinig geven, doet een zot in vreugde leven, is een spreekwoord dat hier volledig tot zijn recht komt, brieste hij verder. Een kamerlid noemde de nieuwe beoogde  premier een gladde oplichter, dit kan toch niet waar zijn. De grootste partij van ons land, die overigens telkens weer de verkeerde mensen lijkt aan te trekken, heeft drie ministers, een staatssecretaris en zelfs hun voorzitter naar huis moeten sturen. In het verleden werd opgeroepen om vooral af te lossen op je hypotheek en hoe eerlijk is het dat je daar nu voor gestraft wordt als je aan die oproep gehoor hebt gegeven? En dan voltooid leven? Als je het niet meer kunt bijbenen nadat je uitgeknepen en afgedankt bent dan is er altijd nog een pilletje. Hoe paradoxaal. De tweede kamer kan dit soort dwalingen aan de kaak stellen en bijsturen, maar als zij net zo buitenspel en slecht geïnformeerd worden als de raad in Valkenburg dan heb ik er een zwaar hoofd in.

 

Max is dus het vertrouwen kwijt, het vertrouwen in de politiek. Niet vreemd natuurlijk als je ziet dat veel lieden de politiek zien als een springplank naar betere tijden en een upgrading van hun loopbaan of als alternatief voor een verloren carrière. Hoe anders zou het zijn als de mensen de politiek weer kunnen vertrouwen, zoals bijvoorbeeld in Denemarken, daar leggen de politici constant verantwoording af aan hun kiezers en de kiezers staan ook in direct contact met de politiek. Niet voor niets zijn de Denen dan ook het meest tevreden volk ondanks de hoge belastingdruk.

 

Steeds denkend aan Max geloof ik dat er maar één manier is om het vertrouwen weer terug te krijgen en dat is dat de kiezers tussentijds kunnen bijsturen waardoor ze weten dat er naar hen geluisterd wordt. Voor- en tegenstanders van referenda kunnen hun lol op, maar niets is zo fnuikend voor de democratie dan het negeren van de wens van de burger.